In een dorpje aan de IJssel maakt de vijftienjarige Michiel de koude oorlogswinter mee van 1944-’45.
Aanvankelijk is hij slechts toeschouwer, maar langzamerhand raakt Michiel meer en meer betrokken bij het ondergrondse werk. Hij kan niemand in vertrouwen nemen, iedereen kan een verrader zijn. Met zijn eenzaamheid groeit zijn onafhankelijkheid.
Bij verschijning werd het boek door de pers geroemd als ‘een van de beste boeken over de oorlog voor jongeren’.








